Mezenbol/Muizenbol
Schatje zit regelmatig naar buiten te kijken. Soms ontspannen, en soms helemaal stil.
Dan weet je dat er iets aan de hand is. Er zit een vogeltje op de bol. Meestal is het een koolmees maar af en toe zit er iets anders op. Een pimpelmees met zijn paarse hoedje bijvoorbeeld. Soms zijn ze met zijn tweeen, dan gaat poes zelfs naar ze mekkeren. Er komen dan van die onwillekurige geluidjes uit zijn bekkie. Ik denk dat hij zegt “kom maar, ah toe nou, toe nou, toe nou…”
- Er loopt een muis over de muur. (Zegt Hedzer)
- Een muis?
- Ja muis.
- Mees bedoel je?
- Nee MUIS!
- Huh?
Even later kijk ik naar buiten. Ik schiet in de lach. Twee grote oren op de mezenbol. Heel stil, zit hij. Wij bewegen bijna niet, maar ik moet natuurlijk mijn fototoestel pakken. Voorzichtig. Muis verstijft van angst. Hij kijkt recht in het grote oog van de camera. Of toch naar de poes? Hij komt regelmatig thuis met muis, zou dus een bekend gevaar moeten zijn voor onze mees-muis.

Schatje springt over de bank.
Normaal gaat ie bij de deur staan mauwen dat hij naar buiten wil. Vandaag schiet hij als een jonge panter via de kast, over de trapsgewijs bevestigde plankjes aan de muur op een plateautje boven de deur. Dan razendsnel door het luikje en langs de wenteltrap naar beneden. Poes posteert zich voor de heester (is het een heester?). Grote ogen gefixeerd op … Ja, op wat? Op waar de muis geweest is, lijkt het.
Na een uur beginnen we Schatje uit te lachen. Wat een sufferd, hij denkt echt dat Muis nog in de struik zit. Op sommige vlakken ziet Schatje er wel uit als een kat, maar over het algemeen is het meer een dompie. Het begint donker te worden, en poes zit er nog. Hedzer gaat op onderzoek uit. Hij vindt de muis in de struik. De poes krijgt alsnog het respect dat hem toekomt.
Weer (geen onweer)
We zien op de buienradar het kaartje met ongelooflijk veel rood erin. Ha! Dat wordt lekker regenen. Ik lees op nu.nl dat er noodweer boven ons land hang. Schade. Overlast. Vervelend.
Het is donker. Vlak voordat de zaterdag overgaat in de zondag zet ik een van de houten bankjes onder het balkon van de bovenburen. Hedzer schenkt zichzelf een Bowmore Legend in en mij het laatste restje Singleton. Deur op de haak, ramen op een kier. Kleedje op de bank (het is zo’n bank met latjes op de zitting, zodat als je je voet onder je trekt, de hoeken van die latjes in je enkel snijden) en wij op het kleeedje. We zijn er klaar voor. Laat het water maar komen.
Het wil om middernacht nog niet echt vlotten. Een paar dikke stroperige druppels vallen naar beneden. De bliksem scheert langs de hemel. We zoeken op wikipedia op hoe dat werkt. Nooit geweten dat het rollen van de donder betekent dat de lichtflits lang en ver weg is en dat hoge tonen en een harde knal betekent dat de bliksem dichtbij is.
Ja, daar komt het. meer regen. En wat een bliksem! We kijken in verwondering naar boven. We tellen. Ik tel tot 30. Wordt de donder overstemd door het geluid van auto’s op nat wegdek? Door het ruisen van de wind door de bladeren van onze trompetboom? Door mijn ongeduldigheid op ‘het allermooiste’? We praten over ionen, neutronen, protonen. Ik heb alleen maar kruiswoordpuzzelwijsheid: een proton is een neutron met een extra ion. Een ion is een electrisch geladen deeltje. Misschien zit ik er wel helemaal naast. H2, H1, H-?
En dan komt hij. De flits. en dan die vette, rollende, spinnende donder. Ik kruip tegen Hedzy aan, spin mee. Poes vlucht onder ons bankje. Druppels vallen blij naar beneden. Hedzy aait me over mijn bol. Gelukkig.
Holisme
Al jaren vragen wij de man van de geiser of hij eens wil kijken waarom we geen warm water hebben in de keuken maar wel in de douche. Trouwens, de douche heeft ook een tijd onvrijwillig gediend als wisseldouche. Warm. Koud. Warm. Koud. IJskoud. Lauw. Warm.
Goed, de laatste keer dat de man van de geiser er was, was hij lang en donkerharig. Vriendelijk en op zichzelf. Ik vroeg hem of het iest met druk te maken had. Nee, de druk was tussen 1,5 en 2 bar. Precies goed.
Hij looopt naar de kraan, schroeft het gaasje eruit en zet de kraan open. Het water spuit er met minstens 2 bar uit. Wat een waterval! En warm. Meteen.
Daarom ga ik naar een antroposofische huisarts. Die kijkt als ik last heb van mijn knie ook naar andere oorzaken dan dat wat er in mijn knie zit. Bijvoorbeeld naar mijn hoofd :-)
Nog dagen lang heb ik moeten leren dat de watertank van de senseo in 5 seconden vol loopt, dat een glas vullen op halve kracht beter lukt, dat een waterballet in een paar tellen gerealiseerd kan worden en dat mijn gieter voor mijn nieuwe plantjes helemaal niet zo groot is. Mooie manier om te ervaren dat er meer is dan slechts dat wat de aandacht vraagt.
1-page-website
Eindelijk. Hoewel ik het vreselijk eng vind, heb ik de demo van de 1-page-website eindelijk live staan: hier. Ik ben er lang mee bezig geweest om dit product te ontwikkelen. Ik heb het zo groot gemaakt voor mezelf dat ik mijn eigenwaarde aan de kwaliteit van deze website gehangen heb. ‘Lekker dom’, zul je zeggen. Ja dat klopt.
Ik weet ook wel dat er mensen zullen zijn die het niks vinden. Ook mensen die ik aardig vind of hoog acht. Erger nog, aardig vind EN hoog acht. Maar het heeft wel kans van slagen. Als ik erover vertel, wordt er erg enthousiast op gereageerd. Op verschillende vlakken, overigens. De een zegt ‘Wat leuk dat je ook iets met Opera (de webbrowser) doet’, de ander zegt: ‘werkt het ook in Netscape?’
Niet-IT-ers zeggen: kan ik ook zelf de website wijzigen? Ja, dat kan. Dat is het hele idee erachter. Je bestelt via de website (of bij mij persoonlijk) een domeinnaam, een grafisch ontwerp, en een website van 1 pagina. Je krijgt van mij een email als je site voor je klaar staat.
Je gaat naar je website. Je logt in en je komt op je eigen website in wijzig-modus. Vanaf dat moment is het alleen nog maar ‘Klik – type – klik’. Je klikt op datgene wat je wijzigen wilt. Je typt een nieuwe tekstof kies een nieuw bestand op je computer. Je klikt op ‘opslaan’. Klaar.
Hah! hoe gemakkelijk kan het zijn? Nou… zo gemakkelijk.
Een van de potentiële klanten zei: “iedereen wil toch zo’n website” en een ander zei: “dat kan ik nog wel betalen als starter”. Het kost 19 euro per maand (automatische incasso). Dat moet toch kunnen, zeker met een opzegtermijn van 1 maand.
Things to do before i turn 40
Ik heb nooit nagedacht over hoe oud ik ga worden. Het gaat me er niet om dat je wel eens van een koude kermis thuis zo kunnen komen, maar het is de moeite niet. Ik heb gemakkelijk praten natuurlijk. Gezond, geliefd, gelukt. In willekeurige volgorde.
Mijn eerstkomende verjaardag luidt toch de tweede helft van mijn leven in. Volgende week ben ik veertig. Raar is dat. Het zou een mijlpaal moeten zijn, maar het enige wat ik ermee doe is ernaar kijken en opmerken dat het geen mijlpaal is. Ik spendeer er dus toch wel tijd aan.
Ik roei met 4 meiden die allemaal 7-10 jaar jonger zijn dan ik. Toen we een keer aan het eten waren, en een van hen zei: ‘Waterschapsheuvel, wat is dat voor een film?’ kon ik het niet laten om te zeggen: ‘Ach, das van ver voor jouw tijd’. Heel flauw, ik moet er weer om lachen.
Zou ik het gevoel hebben dat ik nog ‘iets moest’ als ik ver over de helft was? Nee, niks essentieels. Ik zou alleen maar heel graag een paar mensen weer willen zien. Heb ik eigenlijk nog wel wat om voor te leven? Jazeker. Ik krijg voldoening uit wat ik doe en met wie ik omga.
Ik denk dat ik de komende 40 jaar maar gewoon zo door ga.
Belastingdienst
Ik krijg een brief in de bus dat ik mijn BTW over Q1 moet betalen met een boete van 50 euro, want ik ben te laat. Bah! Ik kijk het na en ja hoor, geld is gewoon overgemaakt. Nou, ik bel toch even. Scheelt een hoop gedoe. Met name voor hun.
Wachttijd 2-6 minuten. Nou, dat lukt nog wel. Na 5 minuten hetzelfde riedeltje horen – elke 15 seconden – denk ik ‘Nog EVEN geduld a.u.b.’ Na 10 minuten denk ik ‘NOG even geduld a.u.b.’ Na 12 minuten: ‘Laat dat even maar weg. Na 15 minunten hang ik op. Ik ben ik geïrriteerd. ‘Twee tot zes minuten… Vijftien minuten en drie seconden zul je bedoelen!’
Op zich is het prettig als ik een verwachting kan hebben over hoe lang ik moet wachten. Als die verwachting gebaseerd blijkt te zijn op verkeerde informatie, is de teleurstelling des te groter. Zou het een idee zijn om te melden: ‘We weten niet zo goed hoe lang het nog duurt, maar het loopt tegen lunchtijd, dus het kan alleen maar erger worden en het is echt heel erg druk. Als uw telefoontje niet urgent is, bel dan op een minder druk tijdstip even terug.‘
Ik zou dat wel waarderen.
Smile on my face
Op weg naar de winkel kijk ik in de brievenbus. Veel post. Ook iets van een incassobureau. Sinds ik mijn eigen onderneming heb en de KvK dus mijn adres, krijg ik de meest waanzinnige dingen in de bus. Ik ben me al een aantal keren het ongans geschrokken van incassobureaus, verzekeringen en zelfs een keer de bingo!
De sticker ‘alleen geadresseerde post aub’ (wat staat er precies?) helpt in deze gevallen ook niet. Ik zie het daarom maar als een training in onverschilligheid.
Goed, incasso is toch wel eng, dus ik maak de brief open, ondanks dat Centraal Justitioneel Incassobureau mij erg doet denken aan de spam waarvoor ik laatst gewaarschuwd ben (via LinkedIn, dacht ik). Oh nee, wacht, het is natuurlijk van de verzekering die niet kan omgaan met een betaling van een acceptgiro als reguliere bankoverschrijving. Niks aan de hand dus. Ik heb gisteren mijn financiën bekeken, en alles was in orde.
Ik haal de brief uit de envelop. Drieëndertig Euro. Ik kijk nog eens. Mijn verzekering is duurder. Huh? Een grote glinmlach trekt langzaam over mijn gezicht. Ik heb een bekeuring! De eerste in mijn leven. Wedden dat de Paus er nog nooit een heeft gehad? Hah! Vlak voor de helft van mijn leven (rare zin) ben ik niet langer roomser dan de Paus.
Op weg naar de supermarkt krijg ik de glimlach niet meer van mijn gezicht en het volgende riedeltje niet meer uit mijn hoofd:
- ‘Wat is er met jou, wat kijk je blij.’
- ‘Ja, ik heb een bekeuring.’
Paaltje!
Soms is mijn glas half vol, soms is het half leeg. De ene dag pas ik wel in die broek en de andere dag verzuip ik erin. Of ik bent opeens te dik. Het regent al dagen en de buienradar zegt dat het in ieder geval nog 2 uur door zal regenen. Ik denk aan mijn plantjes en hoop dat ik me beter zal voelen. Nee. Lukt niet.
Soms, als het glas halfvol is, en ik een opdracht krijg die ik niet verwacht had, dan lijkt het glas steeds voller te worden. Dan gaat iedereen naar me glimlachen. Dan komt de zon toch tevoorschijn en stuurt Hedzy mij een lieve sms. De postbode komt een pakketje brengen.
Soms blijkt iets te kunnen waarvan je dacht dat lukt nooit! Een wereld aan parkeerruimte gaat open.

Hoezo past niet?
Korte verhalen
Ik heb nooit met plezier korte verhalen kunnen lezen. Ze zijn steeds maar weer afgelopen. Op zich is dat niet erg, maar ik ga er snel en gehaast van lezen. Alsof het ‘af’ moet. Met een novelle heb ik dat al minder en met een roman heb ik er helemaal geen last van. Omdat ik me kan onderdompelen? Mezelf verliezen? Omdat het verhaal me draagt, misschien…
Ik word door een vriendin een winkel binnen gelokt met wierook en kristallen bollen en boeken. Ik sta daar en blader wat. Ik koop dingen voor in de tuin die in de boom moeten hangen en een kadootje om op te sturen. Ik heb een grasgroen boekje in mijn hand. Vierkant, met een harde kaft waarin foam is verwerkt. Bijna zoals een kinderboekje dat mee mag in bad.
Ik sla het open, tegen wil en dank. Omdat het groen is en zacht. De titel is niet erg aanlokkelijk. ‘Mindfulness reminders’ van Rob Brandsma. Ik verwacht een zweverig soort ‘Liefde is..’.-spreuken. Van die dingen waar ik haast van krijg. Nog meer haast dan van korte verhalen.
Ik begin in het midden. Op elke bladzijde staat inderdaad een spreuk. Van de eerste raak ik van slag. ‘Angst voor morgen komt een dag te vroeg’ Ik denk na. (Ik zal me deze spreuk na drie keer lezen pas herinneren. En dan ook nog als ‘de angst voor morgen komt altijd een dag te vroeg.’ Twee woorden teveel. Opeens is het geen opmerking meer, maar een klacht.) Ik lees er nog een ‘Wat ik zo fijn vind aan het verleden is dat het voorbij is’. Hmm… vind ik niet. Het beste van het verleden is dat het altijd bij me blijft en me helpt te maken wie ik wil zijn. Ik lees door om te kijken of het een mooi of een raar boekje is.
‘Als je denkt dat je verlicht bent’ (ik schrik een beetje bij het woord ‘verlicht’ maar zet me er in het kader van mijn onderzoek overheen) ‘ga dan eens een week bij je ouders logeren’. Ik moet lachen. Ik weet niet precies wat verlichting is, maar nu kan ik me er iets bij voorstellen. ‘Je hoeft je gedachten niet te volgen’ laat mijn oordeel doorslaan naar ‘mooi’, en ‘door niet te oordelen schep je stilte in je geest’ geeft de doorslag. Het is niet verwoord zoals ik het zou doen. Bovendien is op elke opmerking is iets aan te merken. Het bijzondere is dat dat niet per se hoeft. De spreuken hoeven niet ‘waar’ te zijn. Ze laten me denken over mezelf.
Ik koop het en laat het inpakken. Kadootje voor mijn schat. Hoe eng het ook is om een spreukenboekje te geven, ik wil de ruimte en de mogelijkheden die het boekje mij geeft om buiten gewoontes te denken graag met hem delen. Ik vertrouw op zijn eerlijkheid en mijn liefde voor hem om daarmee om te kunnen gaan. Toch vertel ik mezelf alvast: Als hij het boekje raar vindt wijst hij je niet af hoor Kimmie.
Ik hoor iets vallen…
je kent het wel, zo’n helder, bijna tinkelend geluid van iets dat per ongeluk uit iemand’s broekzak valt. Ik hoor dat, en kijk. Ik ben ver weg, en zie een jongen van het geluid af en naar mij toelopen. Hij is netjes gekleed, zwart, fors, een jaar of 25.
Ik kijk naar hem, hij niet naar mij. Hij heeft iets in zijn hand, het lijkt wel een boekje. Daar kan inderdaad gemakkelijk iets uitgevallen zijn. Ik loop naar de plek van het geluid toe, pak op wat daar ligt. De kleuren van een briefje van 50 vliegen me tegemoet. Heel even denk ik: “Boy, wat een geld heeft hij laten vallen!” Ik roep: ‘Hey!” en wuif met mijn vondst. Daarna twijfel ik. Het voelt als plastic. “Is het wel echt? Nee, natuurlijk niet.” Maar toch, de jongen loopt terug, mijn kant op, en ik geef hem zijn eigendom terug.
“Hier, die heb je laten vallen.”
“Wat?”
“Deze is van jou…”
“Ja, die wou ik dus kwijt!”
Hij pakt het aan en steekt het in zijn zak. Hij mokt.
Ik kijk hem verbaasd aan. Hij kijkt terug: “Ja, dat is zo’n ding voor tussen een boek, weet je, dat je weet waar je bent.”
Ik ben volkomen uit het lood geslagen. De woorden landen niet. Opeens moet ik lachen. Ik stap op de fiets en hoop dat hij de volgende keer als hij zijn troep op straat gooit weer zo’n aardige dame op leeftijd tegen komt die hem zijn verloren spullen terug brengt :-)
Ik glimlach de hele weg naar huis. Iedereen glimlacht terug. Lekker.