Brood en spelen
Komt mijn broer langs met zijn kindje. Kind natuurlijk helemaal los omdat het aandacht wil, toeren bouwen, stompen, kopjes geven, tong uitteken. Ja, is natuurlijk ook wel spannend, al die ‘nieuwe’ mensen. We hebben elkaar wel eens gezien, maar meestal zit er een paar jaar tussen.
Nadat ze een hele dag op het water waren geweest, bij een temperatuur van 30 graden is de standaard grot-temperatuur in ons huis een welkome afwisseling. We houden de deuren dicht. We drinken een biertje, de kleine speelt burnout op de X-Box. Hij is echt klein. Hij verzuipt in de bank. Klein snoetje, kinderlijfje – je weet wel, met overal ribbetjes en beweeglijke armpjes en beentjes – en beide handen om de controller geklemd. In eerste instantie rustig, stilletjes haast. Maar steeds vaker broemmend en vroemend, krgggggend en eeeeeeepend rijdt hij er op los. Hij lijkt op te gaan in het spel, maar als we iets over hem zeggen of naar hem kijken dan reageert hij onmiddelijk door hardere geluiden te maken.
Snoezig hoor, kindjes. Als hij moet ophouden met spelen breng ik hem de zitbal. Fout idee. Hij werpt zich er overheen en zeilt door de kamer. Ik hou hem tegen. Hij wil nog een keer. Ik denk… och, wat kan er nou gebeuren, en ik zie de televisie al vallen en breken, en ik zie overal blauwe plekken op hem. Goed, dat kan dus wel. En natuurlijk valt hij over de bal heen. Het doet hem zeer. Hij is er stilletjes van. Ik troost hem. Wil hij niet. Ik laat hem met rut en binnen 2 minuten staat hij weer bij de bal. Hij houd mij vast als hij erop klimt. Merkt dat staan niet lukt. Probeert het zittend. Als het hem lukt is hij zo blij! Hij slaat zijn armpjes om me heen en ik denk: ik wil een kind.
Gelukkig kom ik na een ogenblik weer tot mijn positieven.
We besluiten sla te eten en schnitzel. Dat laatste eet de kleine in ieder geval. Met stokbrood en kruidenboter. In de sla gaan allemaal gekke dingen: avocado (lekker!), ui (bah, heet), komkommer, paprika (bah), eikenbladsla (ugh!), nou ja, je kan er gevoeglijk vanuit gaan dat een kind dat niet eet. Hij moet een paar happen proberen. Het snoetje dat hij trekt als hij de sla in zijn mond heeft. Bij elke hap wordt het erger. Hartverscheurend. Alsof hij wormen eet. Papa is streng: Nog een hap. Kind schudt zijn hoofd: Nee, wil niet. Auke voert, kijkt naar hem als hij doorslikt. De kleine is stoer. Probeert niets te laten merken, maar zijn snuit vertrekt en het valt toch op. Ok, dat is dan klaar. Sla is vies, dat hoeft niet meer. Een paar hajes schnitzel en het binnenste van de stokbroodjes gaan er nog in.


We kletsen nog wat, vader en kind spelen nog wat, dan gaan ze weg. Naar bed. Auke graait nog wat brood uit de schaal en stopt dat in zijn broekzak. Ik ben zo verbaasd dat ik bijna van mijn stoel val. Ik lach. Auke kijkt me aan en zegt: ‘Ja! straks heeft hij natuurlijk weer honger!’