Eemhead
De Eemhead is een roeiwedstrijd die gezien wordt als nogal prestigieus. Dineke en ik wilden kijken of Aignwies daar haar mannetje kon staan. Ik was aan het begin van de week ziek. Had overal pijn, je kent dat wel: griep. Alleen had ik geen koorts, slechts verhoging. Aan het eind van de week gingen we de race roeien. Tussendoor had ik niet meer geroeid. Ik maakte me er wel zorgen om. Ziek zijn kan je zo slap maken. Ik wilde Dineke niet laten zitten.
We gingen met de auto. Krentenbollen mee, sapjes, dextro energy, bananen, flesje water, schone kleren, pet, steeksleutels, schroevendraaier. Roeipakje al aan. Ik trap er elke keer in: dat pakje is een hansopje: broekje en hemdje aan elkaar. En natuurlik moet ik van de voorpret en zenuwen minstens dertien keer plassen, dus dat is nooit zo handig. Moet alles weer uit… gedoe.
Het was gezellig in de auto. Het werd spannender toen we aankwamen. We riepen onze longen uit ons lijf toen onze vereniging langs kwam roeien. ‘Hunze!!!!! Zet hem op! Nog 10 halen, gogogogogo!’ We moesten de boot overnemen. Dus vlak nadat ze aangekomen waren wij nog even naar de wc. De boot overgenomen. Die andere twee waren niet zo enthousiast. Jammer, het zijn schatjes, ik had graag gezien dat ze lekker geroeid hadden. Zij hadden een parcours van 4 kilometer. Wij in die boot. De Vuurwater. Een boot voor 2 personen van 80 kilo. Wij zijn 60 en 70. We missen dus 30 kilo voor de diepgang. Beetje wiebelig dus. Maar onze eigen boot was een maandagmodel. Die is twee maanden geleden terug naar de fabriek gestuurd. Dat is een boot voor 70 kilo. Dan missen we maar 10 kilo. Die ligt dus een stuk stabieler.
Lang wachten tussen twee heats in.
Eindelijk (nog even snel plassen) mogen we vertrekken. Tijdens het oproeien (naar de start roeien) roeien we het hele parcours. De boot gaat namelijk het water in bij de finish. Dus eerst 6 kilometer oproeien. We verkennen de route. Het water leek erg plat. Toch nog best wat deining. De bochten op de kaart lijken anders dan in het echt. We proberen herkenningspunten te vinden: OK, als we bij paaltje 55 zijn, dan komt er een u-bocht naar links. Voor die tijd, net na de fietsbrug, gewoon recht op de elektriciteitsmast af varen. Niet nadenken over hoe het water loopt. Na een kilometer of 4 zit mijn hoofd vol. Ik merk dat ik me niet zwakker voel dan normaal. Ik ga geen last hebben van dat ik ziek was.

Bij de start kletsen we met wat mensen. Er zijn nog twee andere boten in ons veld. Een met moeder en dochter (nummer 103). Zij is student in Leiden en de andere zij is oud wedstrijdroeier uit Amsterdam. De derde (101) boot zijn ook een oudere en een jongere dame. Die zijn net zo zeker over hun prestaties als wij. Niet dus. Ok, we moeten ons klaar maken. Een vliegende start (we wish!) betekent dat je 50 of 100 meter de tijd krijgt om tempo te maken, en dat je dan pas start. We horen ‘U bent DOOR’. De eerste meters lukken niet zo. Ik zoek het tempo. Na 20 halen zit het goed. Tempo wordt beter, ik merk dat ik erin kom. Droge mond… Nu al? Ik let op mijn ademhaling, ga sterk zitten, focus op rustig oprijden, snel wegzetten. Dineke vraagt om iets meer tempo. ik voer het tempo op. We zitten gestaag op 23 halen per minuut. Eigenlijk net een te laag. Dat komt wel. Ik begin te roepen: ‘handen recht door de boot’. En we concentreren ons 10 halen op dat we onze handen horizontaal door de boot bewegen. Daarna komen ‘ scherp inpikken’, ‘denk aan stop 1′,’denk aan stop 2′, ’10 op de benen’, ‘inbuigen vanuit je bekken’ en nog wat van die aandachtspuntjes. Dineke stuurt als een opperhoofd! Wow wat is ze goed. Steeds de ideale lijn pakken.
Na twee kilometer zien we de start van de 4-km afstand van die dag. We lopen als een trein. Ik probeer me te beheersen, het tempo ligt ondertussen op 24, en heel soms gaat het naar 25. We hebben windkracht 1 of 2 tegen, koelt lekker af. De zon schijnt, de gevoelstemperatuur is 14 graden zei mijn telefoon toen we in Amersfoort aankwamen. Ik ben gelukkig. Ik roei een goede training en probeer een mooie wedstrijd te roeien. Blaas mezelf niet te vroeg op. Ik weet dat ik kapot ga. Maar nog lang niet. Niet nu. Na 4 kilometer zegt Dineke: tandje erbij? Ik zeg ‘Nee’. Ik wil niet naar tempo 26. Dat gaat mijn conditie niet trekken. Er is een beetje gesleuteld aan de boot nadat ik er voor het laats in geroeid heb, en nu staat hij wat zwaarder afgesteld. Ik denk dat als ik nu sneller ga roeien, dat ik het niet haal naar 6 kilometer. Op 5 kilometer zegt Dineke: ‘Ik ben leeg.’ Tegen die tijd suizen mijn oren af en toe al. Ik moet echt gaan focussen op de momenten dat ik rust kan pakken. Tijdens het naar voren schuiven op de slidings. We zijn eigenlijk net 300 meter te vroeg. Toch redelijke timing. Ik wil ongeveer 800 meter voor de finish tegen Dineke zeggen: ‘Ik kan niet meer!’ Mijn oorsuizingen worden storend. Ik voel me alsof ik ga flauwvallen. Ik weet dat dat nog lang niet zover is, maar loop wel op mijn eind. Ik weet dat ik op zo’n moment technisch zo slecht ga roeien, dat ik bewust dacht aan sterk zitten, rustig oprijden, snel wegzetten. Ik besluit niet te praten tegen Dien. Dat kost teveel. Zij praat wel tegen mij. Haar conditie is een stuk beter. Ze is zeven jaar jonger dan ik, maar ze heeft ook altijd veel en intensief gesport. ‘Kom op Kim, op de benen! Doorzetten meis.’ Ik wil haar helpen door terug te roepen dat we het goed doen, amar durf geen spat energie te verspillen.
‘We zijn er bijna, nog 10-15 halen’ denk ik. Dineke ziet de boeien van de finish al, en ze roept: ‘Nog 10 halen’. We horen juichende mensen. Ik hoor: ‘Hunze! kom op!’ Ik focus me op mijn halen. ’10, 9, handen recht door de boot, 8′ Een mishaal. ‘Klote, wat ben ik kapot, 7 , 6′. Mijn zicht past zich aan. Alle energie gaat naar het roeien, vlekken voor mijn ogen. (Zie foto op deze link) Mijn ademhaling niet meer onder controle. Dit gaat me kosten. Ik probeer de rus weer te pakken. Rechtop zitten, hangen aan mijn armen, niet mijn rug. na die 10 halen tel ik nog een keer 10 af, en toen nog een keer 10. Dit klopt niet. Ik kan niet meer bewegen. Alles doet pijn. Ik roep ‘Aaaauw’ om mezelf aan te sporen. Overweeg nog een keer om te stoppen. Bedenk me wat er kan gebeuren als ik niet tegen mijn grens aan hang, zoals nu, maar er overheen ga. Denk aan flauwvallen. Geen probleem. Geen gevaar voor mij of Dineke en ook geen probleem voor de boot. Dus ik roei door. Ik hoor de luidspreker zeggen: ‘Dineke Verbeek en Kim Alders… Groningen … Er gaat niets boven Groningen’ Ik trap mijn eigen grens kapot. Ik weet het en het maakt niet uit. We zijn er. We zijn er. We zijn er. Ik hoor de scheepstoeter. Ik stop acuut met roeien. Stom natuurlijk. Er komen skiffs achter ons aan. Dien sleept ons verder. Ik huil met lange uithalen. Ik trek mijn schoenen uit en hang mijn handen en voeten in t water. Het duurt even voordat ik ben bijgekomen.
We zijn tweede geworden. We hebben 26:42,9 geroeid. Op een bochtig parcours over 6 kilometer. We zijn erg erg erg tevreden. Het enige wat we wilden was niet laatste worden. Dat is gelukt:

Cobi vroeg ons of we een keer zin hadden om bij hun te komen roeien. Lijkt me erg leuk!
We hebben ons doel gehaald: laten zien aan de Hunze dat we best aardig roeien (sneller dan 4:35 per kilometer op een lange wedstrijd), en dus mogen we meedoen met wedstrijden die een dames beginnersveld hebben!
Nog ene link naar een foto toegevoegd aan de blogtekst.