Gyas Trials
Nadat we zaterdag de Eemhead (6 kilometer) zo prachtig geroeid hadden, en ons daarmee volgens de berekeningen van een roeimaatje net niet gekwalificeerd hadden om als dames beginnersploeg mee te mogen doen met de Head (de Head of the River Amstel, ook wel de Langeafstandskampioenschappen van de Amstel genoemd), werd meedoen met de Gyas Trials wel belangrijk. De Head is pas ergens in April, maar nu een tijd neerzetten die goed genoeg is om daar te mogen starten als Hunze-ploeg is natuurlijk prettiger dan het steeds later in het seizoen te doen. We hebben nog wel een aantal kansen, maar toch.
We moesten een kilometer in 4:21 roeien om ons te kwalificeren voor het dames beginners veld. Over drie kilometer is dat 13:03. Vorig jaar waren we net in een C4 gestapt (een beginnersboot met vier roeiers en een stuur) en toen roeiden we 14:42 ofzo. Ik dacht: de helft van de riemen, twee keer zoveel techniek: moet kunnen. We gingen van start, en het eerste stuk liep aardig. Na een kilometer of anderhalf was het mis. De boot was niet in balans, het tempo was te hoog (27 slagen per minuut). Ik probeerde terug te vallen naar 25. Dat was nog lang niet makkelijk. Dineke en ik waren allebei gehaast: we wilden hard. Hard. Harder. Normaal gesproken zegt Dien nog vrij veel in de boot. Ze spoort me aan en daarmee zichzelf ook. Nu was ze stil. Dat samen met onze onbalans en het niet onder controle hebben van onze eigen haal deed me vermoeden dat we minder kracht maar meer sturing nodig hadden. Ik ging roepen: ’10 op de handen’ zodat we ons herinneren dat we onze handen horizontaal door de boot moeten bewegen. Dat verstevigt de balans. En ‘Sterk zitten’ en nog wat van die dingen.
Dien is kapot halverwege. Ik heb pap in mijn benen. We trekken het niet. We trappen door. Dien gaat kapot. Ik blijf roepen. Mijn conditie lijk wel verder te willen, maar mijn lijf niet. De kracht die we tijdens de Eemhead gebruikt hebben missen we nu. Bah! Als we over de finish komen wordt onze tijd afgeroepen. 13:24. Bah! 21 seconden te langzaam.
We zijn chagrijnig en moe. Onprettig geroeid, slecht resultaat. Er staan 5 mensen om ons heen. Iemand voor Dien, iemand voor mij (papa!), en de wedstrijdcommissaris, een juniorencoach en de competitiecommissaris. Ze roepen allemaal van alles. het meeste gat over dat als ik wat minder gepraat had, dat we dan wel harder geroeid zouden hebben.Bah! Nou ja, ze zijn in ieder geval geïnteresseerd genoeg om zich ermee te bemoeien. Dat is eigenlijk wel lief. De competitiecommissaris vraagt hoe we het op de Eemhead gedaan hebben, en vertelt en passant dat er een rekenfout gemaakt is. We hebben ons wel gekwalificeerd! Ik ben door het dolle heen. Dat past bij het gevoel dat ik had toen we onze tijd zagen. Dien is niet blij. Die heeft de balen in. Alsof zij degene was die niet goed roeide. Maar ja, roeien doe je met zijn tweeën. We waren alletwee gewoon kapot. We roeien naar de Hunze terug. Kopje thee, even kletsen, dan naar huis. Op de bank, lekker thuis. Ik neem er een biertje bij. Daarna verf ik nog wat aan mijn soldaatjes en ga moe maar tevreden naar bed.