Stadje rond …
Stadje Rond is een evenement dat door de Hunze georganiseerd wordt. het is ene wedstrijd door de gracht van Groningen. He is nogal een smal parcours als je bedenkt dat een boot met de roeiriemen haaks erop een dikke 6 meter breed is. De grachten zijn heel breed, maar er liggen op sommige plaatsen erg veel boten. Soms in de lengte, als palingen. Soms als scheefgeparkeerde auto’s.

Stuurmanskunsten gewenst
Voor de junioren van roeiverenigingen in Noord Nederland is het zelfs een wedstrijd die meetelt voor het klassement. Voor senioren op de Hunze is het een prestigieus geintje. Een ploeg van een beetje niveau moet winnen. Winnen doe je echter niet door hard te roeien, maar meer door scherp te sturen. Een van de ploegen die een hoop blikken (medailles) op hun naam hebben voor deze wedstrijd vroeg me om te sturen.
‘Ja leuk. Wanneer gaan we oefenen?’ Ik dacht: oude mensen, dat gaat niet zo hard. Ik heb eens in een boot gezeten met 4 jongens onder de dertig, maar wel al volwassen, en met volwassen kracht. We (ze) roeiden ene wedstrijd van 2 kilometer. ik zou sturen. Het was mijn eerste wedstrijd. Ik had eerder wel eens op een training gestuurd bij de dames club ploeg van de Hunze. Die meiden gingen hartstikke hard. Zeker in vergelijking met hoe ik roeide (en nog steeds roeien zij veel en veel harder dan ik, maar gelukkig is dat een ander verhaal. Dat verhaal heeft zijn eigen tijd en plaats). Maar die jongens! Halleluja! ik klapte bijna achterover die boot uit toen ze vertrokken. De eerste 500 meter was ik zo verbouwereerd dat ik niks zei. Hahaha, de kracht van een stuur is juist dat die wel adem heeft om te praten en de roeiers niet. Ik riep ze van alles toe: ’Op die benen, kom op! Jullie zijn toch geen watjes? Wat is dit nou. Trappen jongens! Kom op! En 1, 2, 3. Stuw die benen de boot door. Ga door, zet hem op, we lopen in, we pakken ze. Ga ervoor. Nog een halve bootlengte. OGEN IN DE BOOT! Niet mauwen, trappen. Nog 25 halen, nu ga je voluit. Geef ALLES! Niet zo slap zeg.’ En nog wat van die aanmoedigende (aanmatigende?) maar goedbedoelde woorden.
We zouden op woensdag gaan oefenen voor Stadje Rond. En de week erna ook nog een keer. De eerste keer ramde ik minstens dertien boten. Gelukkig waren de roeiers scherp, en hielden ze de boot in voordat de daadwerkelijke inslag plaats vond. In mijn hoofd was het echter elke keer raak. Het tweede rondje die dag ging beter. Ik heb ze toen ook aangemoedigd. Fantastisch is dat! Ik zit in die boot, ben heel geconcentreerd, maar wordt fysiek niet moe. De roeiers zijn kapot naderhand. Ik weet hoe pijn dat doet en hoe lekker dat voelt.
De week erna, vier dagen voor de wedstrijd gaan we nog een keer. Bij de Spilsluizen laat ik de roeiers ophouden met roeien. Er lijkt iets in het kanaal te liggen. We kunnen er niet door. Er ligt een ponton van 10 meter breed in de gracht. Spannend. Wat doet dat ding daar? We hebben toch een vergunning van de gemeente gekregen om een rondje door de grachten te racen?
‘Nou, ze zullen hem wel voor t weekeinde weghalen.’ Dat denken we, tenminste.

Oei! Stadje Rond in gevaar?