… of Stadje niet Rond
Ik bel met de gemeente.
‘U spreekt met mevrouw Alders, bestuur van de Koninklijke Roeivereniging De Hunze uit de stad. Kunt u me doorverbinden met degene die gaat over het ponton dat in de Spilsluizen ligt?’
Ze verbinden me door met de Havenmeester. Aardige man. Hij heeft de evenementenvergunning voor zich liggen. Er is met de data gerommeld. Acht november is doorgestreept, en één november is er bij geschreven. Juist vanwege deze vergunning en de gewijzigde datum, heeft de man het werken aan de havenkade uitgesteld tot na één november.
‘Heel vriendelijk van u, maar de datum is in overleg met ROEZ naar acht november. De doorgang die nu aanwezig is, is zeker niet groot genoeg om een boot door te laten.’ Ik denk dat we moeten kluunen.
‘Ja, mevrouw, daar kan ik niets aan doen. Nou, ik kan wel even met de aannemer bellen. Dan bel ik u daarna terug.’ Ik vraag om zijn naam en telefoonnummer. Wachten duurt lang, doorgaans, maar deze man belt me na 5 minuten terug. ‘Ik kan een doorgang van vier meter laten maken, dan schuiven ze het ponton opzij.’ Ik hoopte nog dat ze hem eruit konden halen. Er staat een kraan op, en er zit geen motor aan. Dus dan moet er een hijskraan komen om de hijskraan er af te tillen, en een vrachtwagen (?) om het ponton op te laden, of een boot om hem te verschuiven. Het probleem is dat het ding 10 meter breed en 11,5 meter lang is. Die past niet overal door de grachten. Ik zie het somber in, maar verdring de gedachte. Doemdenken is domdenken.
‘sMiddags bel ik met de gemeente. Ik vraag naar het mileuloket en krijg Kim aan de lijn. Ik ben gelijk in verwarring. Kim, dat ben ik toch? Waarom zegt zij dat dan? Ze zoekt de vergunning op. Er staat inderdaad acht november op. Ik bedankt haar en hang op. Nou… we hebben gelijk. De havenmeester had niet mogen beginnen. Kunnen we hem dwingen om de ponton te verwijderen? We hebben geen idee. In de vergunning staat niets daarover. We bellen nog een keer met Kim. Ze geeft aan dat ze haar best wel wil doen om morgen met de Havenmeester te bellen. Dan belt ze mij daarna terug. Dopje. Ze waarschuwt alvast dat het verlenen van een evenementenvergunning altijd gaat onder voorbehoud van werkzaamheden.
Excuse me? We krijgen toestemming om door de grachten te varen met een boot. De gemeente geeft opdracht tot het bouwen aan de gracht op het moment dat wij die wedstrijd houden, en de vereniging is verantwoordelijk voor de veiligheid van de deelnemers en omstanders. Dit is krom. Begrijpelijk, maar wel raar. Ik zou verwachten dat we in ieder geval gewaarschuwd zouden worden als ons evenement in gevaar zou komen. Nou ja, het maakt niet uit, want we hebben vier meter doorgang gegarandeerd gekregen van de havenmeester. Het zou moeten kunnen doorgaan. We hebben de vervangend voorzitter gebeld. Als iemand afblaast, dan is hij het wel. Er doen ongeveer 60 ploegen mee met de wedstrijd. Afblazen is best vervelend.
Ik ga foto’s nemen. Een van de andere bestuursleden gaat mee. ‘Ha! Sensatie! En dan straks bier. Mijn dag kan niet meer stuk.’ Ik denk intussen niet zo heel verzekerd meer dat het allemaal nog goed komt, maar het optimisme blijft. We fotograferen vanaf de brug, de andere brug, vanaf het ponton (oeps). We bedenken hoe het zou passen, waar ze die vier meter vandaan willen halen. We vinden een plek voor het ponton zodat er een krappe vier meter overblijft. Goed genoeg. We gaan aan t bier.
De volgende dag (donderdag) belt Kim me terug. ‘Hoi Kim, met Kim’. Giegel. Het blijkt dat ze niks kan doen. Als we een vervangende datum willen, dan moeten we maar even bellen. De vervangend voorzitter belt nog rechtstreeks met de aannemer. Ze beloven het ponton aan de kant te schuiven. We besluiten niet af te blazen. Vier meter zou genoeg moeten zijn. Maar vrijdagmiddag om vijf uur krijg ik een telefoontje van de vervangend voorzitter. Het ponton is niet opzij geschoven, het is een beetje meer naar de kant getrokken. Er is een doorgang van 2,5-3 meter. Na het ponton ligt een baggerschuit. Een naamgenoot van een van onze boten. De doorgang is nu te smal op een te lang stuk. We blazen alsnog af.
Bah!