Archive for March, 2010
Speling
Mijn hoofd is druk. Ik heb veel te doen en meer te onthouden. Hedzer en ik praten over de aankomende gameavonden, over de vergadering bij de Hunze, over hoe de week in elkaar zit. Ik heb moeite om me te concentreren. Ik ben net terug van de Head of the River.
Goed, een battleavond. Maandagavond en woensdagavond. En dan dinsdagavond naar de Hunze. Eerst roeien, dan vergaderen. Donderdagavond vrij, vrijdagavond roeien, dan de puddingfabriek.
Hedzer zegt: ‘We hebben alleen nog een reet, trouwens.’
Ik denk aan world of warcraft. Dat spelen we niet meer. ‘Een raid? Huh?’
Hedzer ‘Ja…’
Ik: ‘Een battle bedoel je?’
Hedzer: ‘Nee, een reet.’
Ik begrijp het niet. ‘Wat is een raid?’
Hedzer: ‘Dat stuk van de kat dat nog binnen is.’
Ik lig slap van de lach. Mijn wereld valt om. Ik wordt van de ene realiteit in de andere geworpen. Ik ben zo van mijn apropos dat ik niet meer kan ophouden met lachen. Hedzer vindt het niet zo grappig, waardoor ik nog meer uit balans raak. Ik heb buikpijn. Ik kom los uit de hektiek van het roeien en regelen, ik voel me vrij.
Ik kijk om en inderdaad ligt daar de kat in het kattenluikje met zijn kont nog binnen en zijn kop al buiten. Zijn staart zwiept vervaarlijk heen en weer. ‘Er wordt niet om mij gelachen’ zegt dat.
Heineken en Head
Na onze 5e plaats op de Heineken gingen we vol goede moed naar de Head. Ik was niet zenuwachtig. Geen idee waarom. Ik ben normaal gesproken niet zo relaxt :-)
De head staat voor Head of the River Amstel. Die naam is een beetje gejat van de Head in Groot Brittanië, volgens mij. Daar wordt de Head of the River geroeid tussen de grote studentenroeiverenigingen Oxford en Cambridge. ‘Onze’ Head is in Amsterdam. De officiële naam is ‘Kampioenschap van de Amstel’ (wikipedia) en er doen duizenden mensen aan mee. Wij dus ook.
Vorig jaar stonden we op de brug te kijken naar Força die onder ons door roeide, en ik zei tegen Dien: ‘Volgend jaar doen we ook mee!’ Iedereen natuurlijk lachen. We wisten net wat bakboord en stuurboord was. Nou, ik had op een boot gewoond, dus ik wist het stiekem al. Maar ik dacht toen nog dat slippen ‘slibben’ was. We waren toen net een half jaar lid van de Hunze. Wat waren we trots op ons Wherry-1 certificaat. Ik ben dat trouwens nog steeds. We kregen toen les van een van de meiden van Força. Ik was maar twee jaar verwijderd van de WH40+ (de wherry cursus voor 40-plussers). Gelukkig belandde ik in een groep met Dineke. We hebben elkaar gevonden op roeigebied, en kunnen daarnaast ook nog twee weekeinden achter elkaar samen op een hotelkamer overnachten. Wat wil je nog meer!
Ik wou de Head er ook nog bij, vorig jaar. Dit jaar zijn we hem gestart! Er waren 26 deelnemers. De eerste plaats was natuurlijk al vergeven aan Força. De plekken tussen de 2 en 10 waren open voor ons. De plekken van 10 tot 26 waren voor de anderen. Hahaha. En eigenlijk wilde ik graag op de 5e plaats eindigen. Dat laatste is niet gelukt. De 10e plaats hebben we wel gehaald.
Wat een hoop boten, wat een afstand, wat een energie kost dat, wat een waardeloze aanvaring hadden we, wat een geweldig weer, en wat een prestatie. Over twee weken doen we hem nog een keer, maar dan de andere kant op. Van Oudekerk naar de stad. En in een tweepersoonsboot. Alleen Dineke en ik.
Kijken of we weer bij de bovenste tien kunnen eindigen.
Licht
Wie wordt er om kwart over zes op zaterdag wakker? Ik niet. Normaal gesproken. Maar ja…. de Heineken. Vandaag gaan we ervoor. Het hele weekeinde. Gisteravond zijn we al in het hotel aangekomen. Om twintig voor acht lopen we hier weg. Dan leggen we ons bootje in t water en gaan een uurtje inroeien. Dan een wedstrijd van 10 minuten. Dan 5 minuten rust. Dan nog een wedstrijd van 1 minuut.
Anyway, we liggen nog in bed (Dien is net opgestaan om te gaan douchen) op de 15e verdieping van het hotel. We zien de Amstel. Daar roeien we zometeen overheen. Het hotel is prachtig. Yvonne had ons bang gemaakt, maar daar is geen reden voor. Wel hebben ze hier heel rare lampen, en dan een in het bijzonder.
Als je in de buurt komt, gaat hij aan. Het is een staande lamp. Ik weet dat er lampen zijn die aan gaan als je zachtjes op de voet drukt, dus in onze onderzoekende fase hebben we dat geprobeerd. Eerst ik. Geen response. Toen Dineke in de buurt kwam, ging hij weer aan. Dus ik er ook bij staan, kijken of hij dan weer uit ging. Nee, dat niet. Dien stapt opzij. Niks. Lamp blijft aan. Ik stap opzij. Lamp blijft aan. Nou ja, zal wel.
We maken ons klaar om naar bed te gaan. Dien rommelt wat in haar tas en de lamp gaat weer aan. Logisch, ze komt in de buurt van de lamp. En dan heeft ze een helder moment: ze tilt haar tas op. Eronder zien we een drukknop. Alweer liggen we in een deuk. We lijken wel pubers. Alles is grappig.
boeken
In december hebben we veel van onze boeken verkocht. Een paar advertenties op marktplaats en de telefoon stond roodgloeiend. Blijkbaar te goedkoop erop gezet.
Een van die jongens wilde graag een groot deel van onze boeken hebben. Natuurlijk heeft hij een mooi prijsje gekregen. Ben naar t postkantoor gegaan, heb twee dozen van tien kilo verstuurd. Na een dag of wat kreeg ik deze mail:
Hoi Kim,
Vanmiddag kwam ik thuis en er stonden 2 grote dozen met boeken op mij te wachten. Super! Na het uitpakken zat ik er met een mengeling van verbazing en ongeloof naar te kijken. De boeken zien er fantastisch uit. Ik kan haast niet geloven dat ik zoveel mooie (en hopelijk goede) series in 1 keer gekregen heb. Het voelt een beetje alsof mijn verjaardag, sinterklaas, kerst, en kerstpakket op 1 moment samenkwamen. En dat bevalt heel goed kan ik je verzekeren.
Nu ga ik sparen om de series compleet te maken. Om eerlijk te zijn dacht ik dat de serie van Goodkind compleet was maar daar missen deel 10 en 11. Misschien staan ze nog bij de Slegte of zo. Maar goed de komende tijd lig ik dus op de bank te lezen. Waarschijnlijk met Goodkind beginnen, of toch met Nix?
Mocht jullie boekenkast weer eens te vol zijn… ik hou me aanbevolen.
Prettige feestdagen gewenst,
Peter
Toen was het voor mij ook feest :-)
:-)
Deze komt van http://xkcd.com/386/. Als je bij het origineel je muis boven het plaatje houdt, staat er: “What do you want me to do? LEAVE? Then they’ll keep being wrong!”

4:20 per minuut
De coach vertelt ons dat we 5 kilometer op wedstrijdtempo gaan roeien. En het is de bedoeling dat we dat zonder inhouden doen. Hij heeft liever dat we na 2 kilometer uitvallen dan dat we na 5 kilometer nog wat over hebben. We mogen ook niet precies uitkomen.
We beginnen langzaam, maar bouwen op. Na een tijdje zitten we in cadans. Het is wel zwaar, maar het valt mee. Ik weet dat 5 kilometer hartstikke ver is, ik maak me geen zorgen, halverwege zal ik wel kapot zijn.
Het valt nog steeds mee. We roeien op rustig tempo. De slag houd het tempo strak op 24. Dat betekent dat we het lang kunnen volhouden, maar ook dat we net niet in de cadans kunnen blijven. Als we echt lekker roeien schieten we naar 26. Na een kilometer roept de coach: ’4:20 per minuut’. Ik baal. Dat is echt heel langzaam. We hebben wind mee.
Ik wil harder, we gaan harder, maar we zakken vrij snel terug. Ik probeer nog te stimuleren met ‘lekker gaatie zo!’ maar het heeft geen effect. Ik weet niet zo goed hoe ik mijn kracht kwijt moet. Ik wil het tempo omhoog. Maar ik ben geen slag, dus ik heb niks te willen.
Na 3 kilometer zegt de stuur: ‘kilometer 3 zit er bijna op’. Ik zeg (ja, ik had al geen adem meer mogen over hebben) ‘vier hoop ik?’ En de stuur is overrompeld en zegt: ‘ja vier’. Ik ga harder trappen. Nog een kilometer. Na 350 meter (iets meer dan een alfabet trappen) zegt hij: ‘we zijn over de helft!’ en ik geef op.
Besluit toch weer om door te gaan. We trappen nog steeds 4:20. Ik baal. We zijn echt te langzaam. We zijn geen Head-ploeg! We moeten harder! Dan maar kapot voor ik de finish over ben. Ik ben wel bang om de eerste te zijn die niet meer kan. Ik ben de ouwe knar in de boot en mijn conditie is niet je van het. Mijn doorzettingsvermogen daarentegen piekt redelijk vaak. Ik begin te tellen. Elk alfabet is 1 minuut, is 250 meter als we op tempo varen. Ongeveer 10 meter per haal. Oprijden, inpikken, voelen, trappen, uittikken, A, oprijden, inpikken, voelen, trappen, uittikken, B, oprijden… Soms verval ik in tellen tot 10. Meestal merk ik dat pas nadat ik bij F ben geweest. Waarom daar? Ik associeer en trap.
De stuur zegt: nog 250 meter. Ik trap harder. Ik denk: nog 1 alfabet. Ik heb al geprobeerd ze achterstevoren ook te doen, als afwisseling. Maar dat is te ingewikkeld. De laatste 15 halen trap ik alsof mijn leven er vanaf hangt. Ik ben Navratilova. Ik kreun mijn voeten van me af, ik steun mijzelf in mijn rugswing, ik hijg mijn handen naar voren. Ik explodeer in de tweede beentrap. We halen de finish makkelijk.
Blijkt dat we in de laatste sprint op 3:50 per kilometer zaten. Dat is 30 seconden per kilometer sneller. We krijgen op onze kop. ‘Volgende keer graag beginnen op 3:50 per kilometer, en ga dan maar kapot, maar dan heb je je maximum tenminste gehad.’
Als ik bedenk hoe ik over de finish kom bij races, dan weet ik dat ik meer kan dan dit. Ik ga er de volgende keer helemaal voor! Ja coach… nee coach… Ik zal het doen coach… Wat is het ook een schat!