Speling
Mijn hoofd is druk. Ik heb veel te doen en meer te onthouden. Hedzer en ik praten over de aankomende gameavonden, over de vergadering bij de Hunze, over hoe de week in elkaar zit. Ik heb moeite om me te concentreren. Ik ben net terug van de Head of the River.
Goed, een battleavond. Maandagavond en woensdagavond. En dan dinsdagavond naar de Hunze. Eerst roeien, dan vergaderen. Donderdagavond vrij, vrijdagavond roeien, dan de puddingfabriek.
Hedzer zegt: ‘We hebben alleen nog een reet, trouwens.’
Ik denk aan world of warcraft. Dat spelen we niet meer. ‘Een raid? Huh?’
Hedzer ‘Ja…’
Ik: ‘Een battle bedoel je?’
Hedzer: ‘Nee, een reet.’
Ik begrijp het niet. ‘Wat is een raid?’
Hedzer: ‘Dat stuk van de kat dat nog binnen is.’
Ik lig slap van de lach. Mijn wereld valt om. Ik wordt van de ene realiteit in de andere geworpen. Ik ben zo van mijn apropos dat ik niet meer kan ophouden met lachen. Hedzer vindt het niet zo grappig, waardoor ik nog meer uit balans raak. Ik heb buikpijn. Ik kom los uit de hektiek van het roeien en regelen, ik voel me vrij.
Ik kijk om en inderdaad ligt daar de kat in het kattenluikje met zijn kont nog binnen en zijn kop al buiten. Zijn staart zwiept vervaarlijk heen en weer. ‘Er wordt niet om mij gelachen’ zegt dat.