2-head
Voor de website van de Hunze schreef ik twee stukjes over Aignwies. Een voordat de 2-head begon en een erna. De tweehead is een wedstrijd voor 2-persoons boten. Het is op de Amstel en hij is 7,5 kilometer lang. Stroomopwaards, heb ik me laten vertellen.
Voor:
Historie: Vorig jaar roeiden ze als deel van NSNM in een C4. Dineke en Kim wilden meer en harder en verder. En vaker. Vorig jaar mei besloten zij als dubbeltwee verder te gaan. De vuurdoop was de IPR (de Pinksterwedstrijden in Delfzijl) in de Dubbel en Dwars. Dineke was de Dubbel, Kim de Dwars. In het verlengde van die gedachte is de ploegnaam ontstaan: Aignwies (Gronings voor eigenwijs). Aignwies in de Dubbel en Dwars. De sfeer was gezet :-)
De wedstrijd op de IPR ging zo goed dat ze besloten om door te gaan in de dubbeltwee. Ze hebben in september de Eemhead geroeid (6 kilometer in Amersfoort) en daar een tijd neergezet waarmee de 2-Head gestart kan worden.
Coaches zijn Karel Engbers en Stefan Wijnholds (de laatste omdat Aignwies nu ook samen met Quinten vaart).Doelstelling: Aignwies wil graag een lekkere wedstrijd roeien. Ideale omstandigheden zijn leuk, maar als ze tempo 26 vasthouden en helemaal kapot over de finish komen kan waarschijnlijk het doel niet gemist worden: niet als laatste over de finish komen. Ze proberen om 33:45 te roeien, dat is 4:30 per kilometer. Als dat lukt, hebben ze goed geroeid, samen. Dan zijn ze tevreden.
Na:
Tijdens het oproeien hebben we haast. Te laat vertrokken. De stopjes doen we maar even alleen in ons hoofd. Ik roep achterom: Denk aan stopje 1. En elke keer na de uitpik: ’1′…’1′…’1′. Het hoogspoelen gaat mis omdat we in een bocht zitten wanneer we vanuit tempo 27 hoogspoelend kracht willen zetten. Het oproeien is zwaar en duurt lang. We komen vermoeid over de start.
We liggen 3 kwartier achter de startlijn. Het is koud. En nat. Dan mogen we. We gaan rustig weg. Het doel was om 4:30 te roeien. “Kim, je hebt geen haast” zeg ik tegen mezelf. Ik heb vanaf augustus tot twee weken geleden niet meer op slag gezeten. (Nu we met Quinten meetrainen voegen we ons naar hun opstelling). Ik vind het spannend en spreek mezelf moed in. “Hou tempo 26 aan, dan kunnen we nog trappen”. Als het hoger wordt, dan vergeten we te roeien.
We starten rustig en klimmen in bochten naar 30, zakken dan uit tot 27. We trappen een stevige medium plus. Dineke stuurt als een volleerd coureur. We hebben van tevoren het filmpje op de site bekeken. Nee, geanalyseerd en besproken zelfs. De voorbereiding was goed.
We laten een boot aan de binnenkant passeren. En blijven rustig. Dat gaat goed. Onder de Rozenoordbrug roept Dien: Tweeeneenhalvekilometer! Ik zeg: “Moetnog (puf) Ofalgedaan (puf)?” Ik huiver bij de gedachte dat we pas 2,5 hebben gedaan. Ik denk dat nog 5 er niet in zit. “Moetnog!” Ik denk: “wow! het gaat goed.” We trappen door. En door. En door.
De laatste paar honderd meter zijn killing. Ik probeer niet te gaan liggen in de boot, ‘Rugswing’ roep ik naar mezelf en blijf veren. Ik hoop dat we er zijn. Ik hoor iemand door een toeter roepen ‘Door!’ en hou terstond op met trappen. Ja, wat wil je, het doet zeer :-)
We hebben een goed gevoel. Karel is trots op ons. We zijn blij. Achteraf stelt de twaalfde plaats teleur, maar doet de scherpe tijd (4:12,26 per kilometer) ons zeer veel deugd. Volgend jaar weer. Ik heb er nu al zin in.