Zoek
December 2013
M T W T F S S
« Nov   Mar »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Archive for December, 2013

Bril op

Het is zo gemakkelijk om van een ander te verwachten dat die moeite doet zodat ik het niet hoef te doen.

Herken jij dit? Ik rijd op de rechter baan en voor me zie ik een vrachtwagen. Kiezen: afremmen of inhalen over 200 meter. Een auto komt mij achterop. Haalt me in op het moment dat ik bij de vrachtwagen ben. Ik moet remmen. Irritant. Als die ander nou een beetje had doorgereden had ik in één moeite door kunnen inhalen. Of als ik nou eerder was gaan inhalen had ik kunnen blijven cruise controlen. En had de ander moeten remmen. Had hij dan hetzelfde gedacht?

Zaterdag. Mooi weer. Vier uur. De Guldenstraat. Het zebrapad is vol. Fietsers rijden parallel aan de strepen met de blik op oneindig. Voetgangers zijn net iets kwetsbaarder met hun handen vol tassen vol kerstcadeaus. Vooral dat meisje dat een grote bos witte tulpen omarmt terwijl aan haar pols een net te zware tas van het kruitvat hangt. Toch kruisen zij de witte strepen vol vertrouwen – ook met de blik op oneindig. Vooral achter een scootmobiel is het goed toeven. Eén fietser stapt af. Durft het niet aan de scootmobiel voor (door?) de wielen te rijden. Voetgangers winnen even de schijnbaar eindeloze strijd, de stroom verbreedt zich. Een tweede fietser rijdt door. Diagonaal over de lijnen. Voetgangers schrikken. Blokvorming vervalt. Toch kan de fietser de bocht niet afmaken, de zebralijnen zijn te lang. Strandt halverwege. Met één voet aan de grond en rode wangen van emotie probeert hij huppend weer gang te maken. Voetgangers storten zich strijdlustig op het opengevallen stuk zebra. Chaos op het druktste zebrapad van Groningen. Zonder terug te vallen op wat ‘hoort’: Laat ik de fietser doorgaan en de voetganger oversteken? Of moeten zij inhouden omdat ik dat niet wil?

Het lijkt erop dat gemakzucht de motivatie is voor dit gedrag. Is mijn gemak  belangrijker is dan dat van een ander? De volgende keer zet ik de wc-bril eens omhoog na het plassen.

 

Zaterdag

Doordeweeks wordt ik vaak om half zes wakker van de brommer van de krantenbezorger. Volkskrant? Telegraaf? In ieder geval voor mensen die het digitale tijdperk nog niet omarmen.

Nu hoor ik de brommer weer. Zaterdag. Half elf. Ik lig nog in bed, beetje nagenieten van het slapen. Raam open, koude neus. Ik lig het liefst op de tocht ‘s nachts onder een lekker dik donzen dekbed.

Ik spring uit bed, druk op de aan-knop van mijn espresso-machine, trek mijn huispakje aan, pak mijn sleutels uit het stenen bakje dat in de gang op de schoenenkast staat en open de deur naar het portiek. Niemand. Gelukkig. Ben weer vergeten om in de spiegel te klijken voordat ik de buitenwereld inga. Kunnen wel halve maantjes van de mascara van gisteren onder mijn ogen hangen. Of een pluk die zich gedraagt als in de film ‘There is something about Mary’.

Sluipend naar de brievenbus. Verwachtingsvol ook. Sleutel in het slot. Draai naar rechts, deurtje open. Post. En een krant! Mijn krant is er. Heerlijk! En het is een middagkrant, dus daar klopt niks van. Veel te vroeg. Ik heb de hele dag vrijgepland om te kunnen genieten van de krant.

Koffie. Doe maar een dubbele, dan kan ik lekker lang aan tafel zitten zonder op te staan. Hete melk en schuim erbij. Dekentje van de poes naast de krant uitgestald. Ik hoef geen poes op de krant. Maar ja. Daar waar ik kijk gaat hij liggen. Of er vlak naast, en dan op de kop, lief zijn en aandacht trekken. Met zijn pootjes door mijn blikveld maaien. Hele zachte kleine mauwtjes. Rrrrrrrrrauw, brrrrrrrrrr. Ik schuif hem opzij. Hij maait en graait zich langzaamaan terug naar waar mijn ogen de letters raken.

Zaterdagkrant. Heerlijk. Voor poes en mij.

Vrij

Als ‘k in alle vroegte thuis wegrij
is de hemel zwart – de lichten fel
en pas na 40 kilometer gloort
de ochtend aan mijn linker zij.

Dwars door kop- en achterlicht
vanuit het duister rechts van mij
drijven flinterdunne flarden mist
langs verkeer dat tegenligt.

Erboven drijven eilanden
bevolkt door – op t eerste zicht –
topjes boom en torenspits.
Net sprookjesweilanden.

Halfweg op de Ketelbrug
zie ‘k hoe de eerste zonnestralen
van bovenaf de mist beroeren.
Ik wil niet naar beneden t’rug.

Alles goud en eng’lenhaar
deze wereld op mijn rug
deze wereld aan mijn voeten
is niet langer al te zwaar.

 

Statistical data collected by Statpress SEOlution (blogcraft).