Zoek
November 2014
M T W T F S S
« Mar   Dec »
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930

Archive for November, 2014

Breien dan?

Ik dacht: ik begin gewoon met een rokje. En een patroon. Dat kan nooit moeilijk zijn. En duurt ook niet zo lang, want er zitten geen mouwen aan.

Ik kan me nog herinneren dat ik op de lagere school heb moeten breien. En vlechten, trouwens. Niet gewoon met drie draadjes, maar met wel twaalf! Dat was magisch. Breien niet. Ik weet eigenlijk niet of ik het al kon. Waarschijnlijk wel, want ik ben opgegroeid in een tijd waarin breien ‘hot’ was. Mijn moeder heeft kruippakken gebreid voor mijn broer en mij. We kropen overigens niet meer toen ze af waren.  Iemand van het naaiklasje vertelde me laatst dat ze vroeger gordijnen had gemaakt met bamboe stokken als breipennen. Die breipennen zijn later gebruikt als roedes. Lijkt me een schoolvoorbeeld van buiten de lijnen denken.

We moesten een muts breien. Ik breide nogal los, in tegenstelling tot de meeste kinderen. Die hadden een moker nodig om hun naald in de steek te krijgen. Verhitte gezichtjes. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. Of, zoals dat bij ons in de klas heette: binnengekomen, dasje omgedaan, [en toen nog iets] en is zo weer naar buiten gekropen (verontwaardigde toon). Goed, mijn muts werd een trui: mijn breiwerk was te los opgezet om op mijn hoofd te passen. Die trui duurde maar en duurde maar. Het zou best kunnen dat ik er later een hesje van heb gemaakt. Ik heb het niet zo op mouwen.

~

Na 4 keer te hebben uitgehaald wat ik al gebreid had, hoor ik dat er een ‘patronenspreekuur’ is op woensdagmiddag bij Achterpand, een breiwinkel aan het Lage der A in Groningen. Ik ga langs met het patroon van mijn rokje onder mijn arm. Na een half uurtje praten met twee van de aanwezigen ben ik eruit: gewoon precies doen wat er staat. Ook als het dom lijkt.

~

Omdat ik zo moet tellen besluit ik om er ook een ‘makkelijk’ breiwerk bij te nemen. Ik begin aan een tas. Een witte. Met een motiefje. Zonder mouwen. Hoewel t patroon in het Engels is, zijn de maten wel begrijpelijk. Naald 4-4,5. Zo’n tas hoef ik niet. Zulke grote steken? Daar valt mijn vulpen doorheen. Ik  begin met naald 2,5. Lekker wolletje, makkelijk patroontje, en voordat ik t weet ben ik klaar met de tas. Het is een tas met maar 1 naad: een three-needle-stich-off ofzo. In ieder geval moet je op youtube kijken hoe je met drie naalden twee stukjes aan elkaar breit. Daar heb ik youtube niet bij nodig, dat kan ik ook zelf wel verzinnen.

Gelukkig maar, want dat is een heel stevig stukje geworden. Om eerlijk te zijn, het enige stevige stukje. Verder is mijn zelfgebreide nieuwe tas zo uitgelubberd dat als je er iets in doet en je neemt een stap dan valt het er meteen weer uit.

Niet gevreesd, ik heb een naaimachine. Ik koop een stevig band en verwerk die in de tas. Ik betracht enige terughoudendheid gedurende een paar dagen en ga dan op een zondagmiddag behoedzaam aan het werk. Terwijl ik bezig ben bedenk ik me hoe leuk het is dat zo’n werk toch nog te redden valt. Ik hoor mezelf al zeggen tegen mijn vriendinnen: ‘Zelf gemaakt, cool hè?’ En dat de respons is: ‘Wow, gaaf zeg?’ En dan zeg ik: ‘Ja, is wel van een patroon hoor, dus valt best mee!’

Op het eerste gezicht lijkt de tas steviger te worden. Maar als ik hem om mijn schouder doe en voor de spiegel ga staan dan hoor ik mijn vriendinnen zeggen:  ‘Ja, echt leuk, en het is echt een Kimmie-tas, zo anders dan anders.’ Of, erger nog, ‘Oh, zeker zelf gemaakt, kun je echt zien! Enig hoor, zo’n opvallende tas.’

Ik overweeg het werk uit te halen en de wol nog een keer te gebruiken. Ik sta op, neem de tas in mijn rechterhand mee, loop naar de kast, pak het rokje van vorige week in dezelfde hand. Prullenbak open. Aarzeling. Dat rokje zit niet goed, maar ziet er heel mooi uit als je er gewoon naar kijkt. Die tas was zoveel werk! Ik open mijn vuist.

~

Volgende week schone lei.

 

 

Te Koop: Naaimachine, zo goed als nieuw

Gratis bijgeleverd: rokje met rits en knopen maar zonder pasvorm.

 

Heb een naaimachine gekocht. Zou vol trots allemaal dingen maken en laten zien aan mijn tante. Zij is couturier. Ondertussen zit ik schaapachtig in een hoekje. Me te schamen omdat ik denk dat ik alles kan.

Ben begonnen met een jasje van linnen met glanzende voering. Lichtblauw jasje van linnen met hemelsblauwe voering. Ik zag al helemaal voor me hoe dat eruit zou zien. Na een hele boel vragen en dagen eerst maar een suède tas gemaakt.Dat leek me een wat haalbaarder project. Ook gevoerd, dat dan weer wel.

Ik zocht al een tijdje naar een bordeauxrode suède tas die me omarmt als ik hem draag. Kon ik nergens vinden. Zelf maken dan maar. Suède en voering van Marktplaats. De huid kostte 20 euro, de voering 2. Eerst denken. Hoe groot? Welke vorm? Maakt niet zoveel uit. Ben eerst een patroon gaan knippen. Die op t leer gelegd, uitgeknipt, op de voering, uitgeknipt en ernaar zitten staren. Eerst maar een klosje maken met t juiste garen. Thee drinken. Stofzuigen.

Kim! Kom op! Je kunt hooguit dat prachtige soepele suède van precies de juiste kleur verpesten. Leer met de goede kanten op elkaar, voering er als een kadetje aan beide zijden overheen gedrapeerd. Naaien maar! Lekker makkelijk. Heb geeneens de boventransporteur nodig (ja Karin, die heb ik ook!). Nu de klep. Zo gespeld (probeer eens een speld door twee lagen suède en twee lagen voeringstof te krijgen zonder vingerhoed (verlanglijstje: vingerhoed) dat er nog net een randje leer te zien is aan de rand. En naaien maar. t Gaat als een trein. Zeker vanwege de leernaald. En ik heb het in mijn genen denk ik.

Hengsel eraan. Dat is nog lang niet makkelijk als de tas verder klaar is. Ik blijk ook nog een dubbeldoorstiksteek gebruikt te hebben. Wist ik niet, vind ik gewoon mooier. Hengsel er gedraaid aangemaakt. Bah. Laten zitten? Hij zit wel heel goed vast. Ziet niemand. Toch maar tornen. Spelden. Kromme spelden. Zit hij echt niet meer gedraaid? Mijn machientje in de langzame stand maar wel full force stikt met net zoveel gemak het hengsel er nu goed aan.

Klaar.

Oh nee. Klep frommelt. Ik zie het al, er moet een randje af. Voering los tornen. Klep smaller maken. Voering weer vast. Klaar. TROTS!

~

Nu durf ik dat jasje ook wel te maken.

~

Ik heb zaterdag een mooie stof gevonden. Daar ga ik een rokje van maken. Heb geen patroon, maar hoe moeilijk kan t zijn? Die tas ging ook perfect. Ik oefen zaterdagavond op een stuk lelijke stof. Zit ook geen rek in. Verder is het een heel andere stof dan de ‘echte’ lap. Moet niet uitmaken. Ik begin maar es met knippen. Dat moet je nooit doen, zegt Karin’s boekje. Maar ja, als je niks hebt om uit te tekenen. Of na te tekenen… Na een tijdje heb ik iets dat lijkt op het rokje van Tarzan, maar ik heb er wel een gedachte achter zitten. Morgen patroon tekenen voor op de mooie stof.

Zondag regent het. Fijn. Lekker klussen in huis: streepjes zetten op benen, buik, heupen. Dat meet handiger. Dan tekenen op papier, knippen, tekenen op stof, knippen. So far so good. Bij de eerste steek blijkt dat ik een andere naald moet hebben. Heb ik niet. Boventransporter maakt er nog een grotere bende van. Hmmm. Jammer. Nou ja, dan wordt dit oefenrokje twee. Hoeveel oefening heeft een mens nodig, kun je denken. Veel. Heel veel. Ik naai de vijf stukken van de rok aan elkaar en de twee rug- (of eigenlijk bil)panden met de naad aan de goede kant. Lostornen. Opnieuw naaien. De linkerkant weer verkeerd om! Weer lostornen. Ik lig dubbel. Sufferd! Nu extra goed kijken. Ach wat maakt t uit, is toch oefenrokje twee. Giechel.

Oh. Grappig. t Wordt zowaar wat. Ik naai de bilpanden aan elkaar tot 18 centimeter onder de taillezoom. Er moet een rits in. Lukt. Raar. Mijn moed stroomt bijna over. De tailleband dan maar. Eerst de knoopsgaten, want als dat mislukt kan ik er nog een stuk afknippen. Ik leg de band onder de naaimachine, ga koffie drinken. Als ik terug kom zijn de twee knoopsgaten klaar. Perfect.

Ja, nou is het zonde om op te houden. Ik ga nog even door, naai de band eraan, zet de knopen erop, kort het rokje in. Als hij op tafel ligt lijkt het heel wat. Ben er een uurtje of tien mee bezig geweest. Als ik hem pas blijkt de rits scheef te zitten (ziet niemand, zit aan de achterkant en anders kan ik gewoon de hele dag gaan zitten) en valt het rokje niet mooi: het is gordijnstof, dat heeft denk ik iets meer dan 40 centimeter nodig om mooi te vallen.

Hert fleurde me nog op: De Philae (http://nos.nl/artikel/721601-boren-is-gelukt-accu-philae-leeg.html) heeft tien jaar gereisd maar stuiterde bij de landing zodat hij in de schaduw landde. Na twee dagen gegevens versturen is de batterij leeg. De zonnepanelen in de schaduw werken natuurlijk niet. Zo heeft iedereen wat…

 

 

Statistical data collected by Statpress SEOlution (blogcraft).