Zoek
April 2015
M T W T F S S
« Jan   Apr »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

Archive for April, 2015

Vandaag zag ik de zon

Op weg naar Lelystad. Blij met de warmte van de zon na een rotte nacht met nare dromen, veel gewoel en weinig slaap. De Ketelbrug gaat open. Ik zet de motor uit. Ik kijk naar links en zie de zon.

2015-04-13 11.55.20

Vandaag zag ik twee eendjes

Hun grote oranje voeten kletsen op de tegels van de stoep. Ze lopen samen, het vrouwtje voorop. Bij de kaderand aangekomen aarzelt zij. Ze steekt haar hoofd naar voren, snavel ietsje naar beneden, als gaf ze de richting van haar duikvlucht aan. Ze wacht.

Het schelle licht ketst af op het witte lijf van haar man. De oranjegele snavel wedijvert met de zon: wie de mooiste kleuren toont, die wint.  Hij komt langszij gewaggeld. Aarzelt ook. Kijkt opzij, om moed te putten uit dat ze samen gaan?

Daar gaan ze! Zij toch eerst, en vlak erachteraan komt hij.

Ik zie het niet, maar in mijn hoofd verdwijnt eerst zij, dan hij met t koppie onder water,  het lijfje volgt, de pootjes uitgestrekt er achteraan. Met een sprongetje veren ze boven de waterspiegel uit en landen zacht en precies zoals het lekker drijft. Als de pingpongbal die je als kind even onderwater hield in bad en verwachtingsvol weer los liet. De dikke, bijna stroperige druppels water rollen langzaam van de kopjes in de kuiltjes tussen nek en rug. Een druppel van een snavel breekt het spiegelgladde oppervlak dat is ontstaan tussen de rimpelingen die ze samen net veroorzaakt hebben. Even nog de veertjes goed: kop in ‘t water, schuddend weer naar boven, en met de natte snavel even langs de vleugels strijken. Zo. Klaar. Waar zullen we eens heen?

En ik sta naast mijn auto, t portier nog in mijn hand, te dromen van hoe het verder ging.

Vrij

Gisteren. 12 april. 70 jaar nadat Groningen bevrijd werd van de Duitse bezetting sta ik op de A-weg. Langs mij rijden tanks, jeeps, motoren. Legergroen. Bestuurd en bijgereden door jonge jongens. In moderne tenues. Ik kijk. Ik film. In de verte hoor ik doedelzakken. Dichtbij zwaait een dame in een moderne jas naar me. Ze mocht waarschijnlijk meerijden omdat ze zo prachtig is. Ze zwaait naar iedereen. Bijna niemand zwaait terug. Ik schaam me een beetje dat ik niet zwaai. Dit is de bevrijding! Dit is een toneelstuk. In gedachten zie ik de polygoonbeelden. Drommen mensen met papieren rood-wit-blauwe vlaggetjes op oranje stokjes. Vrolijke veel te getraumatiseerde mensen. Kale hoofden op praalwagens. In mijn hart huil ik. Om de soldaten die hun leven gegeven hebben. Om de soldaten die kapot naar huis toe keerden. Om families die uiteengerukt zijn. Om de ‘slechten’ die de verkeerde kant op gingen en niemand hadden om hen te helpen. Om de laffe begroeting van de tocht. En van ontroering wanneer ik me inleef hoe het geweest heeft kunnen zijn, 70 jaar geleden.

~

Er werd me gevraagd een aantal weken gelden hoe ik ervaar. Moeilijke vraag. Eenvoudig antwoord. Ik leef me in. Ik ken betekenis toe aan gebeurtenissen door me een voorstelling te maken van hoe ik dat zou ervaren, wat ik zou doen, wat ik zou denken of voelen. Ik dacht dat iedereen dat deed. Net als situaties van alle kanten bekijken en proberen je in te leven in alle personen die daartoe bijdragen. Neem het lezen van de Telegraaf. Of neem Theo van Gogh. Of pesten. Als er twee kanten zijn dan kun je ervoor kiezen om beide kanten te zien en je in beide partijen in te voelen.

Wat heeft het voor zin? Voor mij wordt mijn wereld minder nauw. Ook Telegraaflezers en Telegraafhaters zijn mensen. Met hun eigen mensenwensen. Pesters (of terroristen) hebben een reden om te doen wat ze doen. Ik keur het niet goed, ik probeer het te voelen. Mijn pesters waren in de meerderheid. Mijn pesters speelden een thuiswedstrijd. Mijn pesters werden fysiek terwijl ze groter en sterker waren dan ik. Ze verschuilden zich in de groep. Ik was bang voor ze en kwaad op ze. Zij hadden op een andere manier hun onvrede kenbaar kunnen maken. En ik overigens ook. Pas toen ik me geen slachtoffer meer voelde maar onderdeel en een van de oorzaken van de jaren lange escalatie, werd ik vrij.

~

Ik leef me in. Ook in slachtoffers van de Tsunami. In mensen die auto-ongelukken veroorzaken. In kinderen die niet naar school kunnen. In bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen. Het is als een boek lezen, waarin je andere ervaringen leert kennen dan wat je tot nu toe hebt verzameld. Waarin gedachtegangen van bijfiguren zo prachtig zijn dat ze blijven hangen. Waarin oordeelloos relaas gedaan wordt van hoekige gebeurtenissen dat niet meer van je netvlies verdwijnt. Waarin beschrijvingen je anders naar je eigen wereld laten kijken.

De Dalai Lama zei (hoorde ik via-via): ‘Wat mij gelukkig maakt is me inleven in het leed van anderen en dan bedenken hoe ik dat kan verlichten.’ Ik probeer een citaat te vinden in deze richting en lees over en van de Dalai Lama. In sommige dingen zijn we hetzelfde. En het is mooi dat hij dat ook vindt.

Het is voor mij een nieuwe gedachte. Gelukkig worden van te bedenken hoe je een ander kunt helpen zijn leed te verzachten. En dan stoppen. Dat ga ik uitproberen. Doe je mee?

 

Wakker

Ik word wakker. Het is donker. Half 6. Buiten een orkest van vogels. Ze roepen naar elkaar. ‘Goeie morgen’ En naar de zon. ‘Kom nou!’ Ik lees het nieuws op mijn telefoon. De moed zakt me in de schoenen. Wat maken we er toch een zootje van. Ik leg de telefoon weg en laat me toedekken door het zingen van de vogels buiten.

Zo heerlijk loom in bed. Als ik weet dat ik nog niet opstaan zal. En misschien nog even verder slaap zo meteen. Een gat in een mooie dag. Of toch maar opsta. Of dat ik het niet weet. En het ook niet hoef te weten.

Ik besluit om de dag te beginnen. Kopje koffie. Katten een aai. Die kleine komt net uit mijn bed. De grote even opgepakt. Ik geef mijn plantjes water. Bijna alles is ontsproten! Ik zie overal kleine groene puntjes. Mijn boontjes en aardbeien laten zich trouwens nog niet zien. De basilicum, de komkommer en de courgette zijn nieuwsgierig. Koppies uit de grond en kijken. De katten trouwens ook. Meteen allebei op tafel als ik met de waterkan aankom.  Twee dikke harige beoorde hoofden die het ijle straaltje water blokkeren. Gelijk hun neus in de aarde als het vochtig wordt. Sufferds. Ga weg. Glimlach.

Het had een zonnige dag kunnen zijn. Dat het dat niet is maakt niet uit. In mijn hoofd schijnt de zon. Weerkaatst het licht op de bladeren van de trompetboom. Glinstert het water in de sluis. Bloeien de bloemen in de tuin. Het is Lente! Niet alleen ik ben wakker, de wereld ook. De weilanden, de bossen, de heide. De zee. En zelfs de stad voelt de lente. Ik ga naar buiten vandaag.

Poes

De loomheid van het poezenleven

 

Het zachtjes spinnen als mijn hand

haar flank beroert terwijl zij slaapt.

Pootjes rennen, ‘t bekkie trekt

z’ ontspant bij ‘t noemen van haar naam.

Zo licht en slank haar leven

en vol tevredenheid.

 

Als ik toch een poesje was

dan lag ik altijd zoals zij,

in dromen muizen vangend

dan wakend uit mijn bakje

de beste vleesjes kiezen

die ik niet zelf vangen hoef.

 

 

Statistical data collected by Statpress SEOlution (blogcraft).