Zoek
September 2010
M T W T F S S
« Aug    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

PostHeaderIcon Things to do before i turn 40

Ik heb nooit nagedacht over hoe oud ik ga worden. Het gaat me er niet om dat je wel eens van een koude kermis thuis zo kunnen komen, maar het is de moeite niet. Ik heb gemakkelijk praten natuurlijk. Gezond, geliefd, gelukt. In willekeurige volgorde.

Mijn eerstkomende verjaardag luidt toch de tweede helft van mijn leven in. Volgende week ben ik veertig. Raar is dat. Het zou een mijlpaal moeten zijn, maar het enige wat ik ermee doe is ernaar kijken en opmerken dat het geen mijlpaal is. Ik spendeer er dus toch wel tijd aan.

Ik roei met 4 meiden die allemaal 7-10 jaar jonger zijn dan ik. Toen we een keer aan het eten waren, en een van hen zei: ‘Waterschapsheuvel, wat is dat voor een film?’ kon ik het niet laten om te zeggen: ‘Ach, das van ver voor jouw tijd’. Heel flauw, ik moet er weer om lachen.

Zou ik het gevoel hebben dat ik nog ‘iets moest’ als ik ver over de helft was? Nee, niks essentieels. Ik zou alleen maar heel graag een paar mensen weer willen zien. Heb ik eigenlijk nog wel wat om voor te leven? Jazeker. Ik krijg voldoening uit wat ik doe en met wie ik omga.

Ik denk dat ik de komende 40 jaar maar gewoon zo door ga.

PostHeaderIcon Belastingdienst

Ik krijg een brief in de bus dat ik mijn BTW over Q1 moet betalen met een boete van 50 euro, want ik ben te laat. Bah! Ik kijk het na en ja hoor, geld is gewoon overgemaakt. Nou, ik bel toch even. Scheelt een hoop gedoe. Met name voor hun.

Wachttijd 2-6 minuten. Nou, dat lukt nog wel. Na 5 minuten hetzelfde riedeltje horen – elke 15 seconden – denk ik ‘Nog EVEN geduld a.u.b.’ Na 10 minuten denk ik ‘NOG even geduld a.u.b.’ Na 12 minuten: ‘Laat dat even maar weg. Na 15 minunten hang ik op. Ik ben ik geïrriteerd. ‘Twee tot zes minuten… Vijftien minuten en drie seconden zul je bedoelen!’

Op zich is het prettig als ik een verwachting kan hebben over hoe lang ik moet wachten. Als die verwachting gebaseerd blijkt te zijn op verkeerde informatie, is de teleurstelling des te groter. Zou het een idee zijn om te melden: ‘We weten niet zo goed hoe lang het nog duurt, maar het loopt tegen lunchtijd, dus het kan alleen maar erger worden en het is echt heel erg druk. Als uw telefoontje niet urgent is, bel dan op een minder druk tijdstip even terug.

Ik zou dat wel waarderen.

PostHeaderIcon Smile on my face

Op weg naar de winkel kijk ik in de brievenbus. Veel post. Ook iets van een incassobureau. Sinds ik mijn eigen onderneming heb en de KvK dus mijn adres, krijg ik de meest waanzinnige dingen in de bus. Ik ben me al een aantal keren het ongans geschrokken van incassobureaus, verzekeringen en zelfs een keer de bingo!

De sticker ‘alleen geadresseerde post aub’  (wat staat er precies?) helpt in deze gevallen ook niet. Ik zie het daarom maar als een training in onverschilligheid.

Goed, incasso is toch wel eng, dus ik maak de brief open, ondanks dat Centraal Justitioneel Incassobureau mij erg doet denken aan de spam waarvoor ik laatst gewaarschuwd ben (via LinkedIn, dacht ik). Oh nee, wacht, het is natuurlijk van de verzekering die niet kan omgaan met een betaling van een acceptgiro als reguliere bankoverschrijving. Niks aan de hand dus. Ik heb gisteren mijn financiën bekeken, en alles was in orde.

Ik haal de brief uit de envelop. Drieëndertig Euro. Ik kijk nog eens. Mijn verzekering is duurder. Huh? Een grote glinmlach trekt langzaam over mijn gezicht. Ik heb een bekeuring! De eerste in mijn leven. Wedden dat de Paus er nog nooit een heeft gehad? Hah! Vlak voor de helft van mijn leven (rare zin) ben ik niet langer roomser dan de Paus.

Op weg naar de supermarkt krijg ik de glimlach niet meer van mijn gezicht en het volgende riedeltje niet meer uit mijn hoofd:

- ‘Wat is er met jou, wat kijk je blij.’
- ‘Ja, ik heb een bekeuring.’

PostHeaderIcon Paaltje!

Soms is mijn glas half vol, soms is het half leeg. De ene dag pas ik wel in die broek en de andere dag verzuip ik erin. Of ik bent opeens te dik. Het regent al dagen en de buienradar zegt dat het in ieder geval nog 2 uur door zal regenen. Ik denk aan mijn plantjes en hoop dat ik me beter zal voelen. Nee. Lukt niet.

Soms, als het glas halfvol is, en ik een opdracht krijg die ik niet verwacht had, dan lijkt het glas steeds voller te worden. Dan gaat iedereen naar me glimlachen. Dan komt de zon toch tevoorschijn en stuurt Hedzy mij een lieve sms. De postbode komt een pakketje brengen.

Soms blijkt iets te kunnen waarvan je dacht dat lukt nooit! Een wereld aan parkeerruimte gaat open.

Itroentje tussen twee paaltjes door

Hoezo past niet?

PostHeaderIcon Korte verhalen

Ik heb nooit met plezier korte verhalen kunnen lezen. Ze zijn steeds maar weer afgelopen. Op zich is dat niet erg, maar ik ga er snel en gehaast van lezen. Alsof het ‘af’ moet. Met een novelle heb ik dat al minder en met een roman heb ik er helemaal geen last van. Omdat ik me kan onderdompelen? Mezelf verliezen? Omdat het verhaal me draagt, misschien…

Ik word door een vriendin een winkel binnen gelokt met wierook en kristallen bollen en boeken. Ik sta daar en blader wat. Ik koop dingen voor in de tuin die in de boom moeten hangen en een kadootje om op te sturen. Ik heb een grasgroen boekje in mijn hand. Vierkant, met een harde kaft waarin foam is verwerkt. Bijna zoals een kinderboekje dat mee mag in bad.

Ik sla het open, tegen wil en dank. Omdat het groen is en zacht. De titel is niet erg aanlokkelijk. ‘Mindfulness reminders’ van Rob Brandsma. Ik verwacht een zweverig soort ‘Liefde is..’.-spreuken. Van die dingen waar ik haast van krijg. Nog meer haast dan van korte verhalen.

Ik begin in het midden. Op elke bladzijde staat inderdaad een spreuk. Van de eerste raak ik van slag. ‘Angst voor morgen komt een dag te vroeg’ Ik denk na. (Ik zal me deze spreuk na drie keer lezen pas herinneren. En dan ook nog als ‘de angst voor morgen komt altijd een dag te vroeg.’ Twee woorden teveel. Opeens is het geen opmerking meer, maar een klacht.) Ik lees er nog een ‘Wat ik zo fijn vind aan het verleden is dat het voorbij is’. Hmm… vind ik niet. Het beste van het verleden is dat het altijd bij me blijft en me helpt te maken wie ik wil zijn. Ik lees door om te kijken of het een mooi of een raar boekje is.

‘Als je denkt dat je verlicht bent’ (ik schrik een beetje bij het woord ‘verlicht’ maar zet me er in het kader van mijn onderzoek overheen) ‘ga dan eens een week bij je ouders logeren’. Ik moet lachen. Ik weet niet precies wat verlichting is, maar nu kan ik me er iets bij voorstellen. ‘Je hoeft je gedachten niet te volgen’ laat mijn oordeel doorslaan naar ‘mooi’, en ‘door niet te oordelen schep je stilte in je geest’ geeft de doorslag. Het is niet verwoord zoals ik het zou doen. Bovendien is op elke opmerking is iets aan te merken. Het bijzondere is dat dat niet per se hoeft. De spreuken hoeven niet ‘waar’ te zijn. Ze laten me denken over mezelf.

Ik koop het en laat het inpakken. Kadootje voor mijn schat. Hoe eng het ook is om een spreukenboekje te geven, ik wil de ruimte en de mogelijkheden die het boekje mij geeft om buiten gewoontes te denken graag met hem delen. Ik vertrouw op zijn eerlijkheid en mijn liefde voor hem om daarmee om te kunnen gaan. Toch vertel ik mezelf alvast: Als hij het boekje raar vindt wijst hij je niet af hoor Kimmie.

PostHeaderIcon Ik hoor iets vallen…

je kent het wel, zo’n helder, bijna tinkelend geluid van iets dat per ongeluk uit iemand’s broekzak valt. Ik hoor dat, en kijk. Ik ben ver weg, en zie een jongen van het geluid af en naar mij toelopen. Hij is netjes gekleed, zwart, fors, een jaar of 25.

Ik kijk naar hem, hij niet naar mij. Hij heeft iets in zijn hand, het lijkt wel een boekje. Daar kan inderdaad gemakkelijk iets uitgevallen zijn. Ik loop naar de plek van het geluid toe, pak op wat daar ligt. De kleuren van een briefje van 50 vliegen me tegemoet. Heel even denk ik: “Boy, wat een geld heeft hij laten vallen!” Ik roep: ‘Hey!” en wuif met mijn vondst. Daarna twijfel ik. Het voelt als plastic. “Is het wel echt? Nee, natuurlijk niet.” Maar toch, de jongen loopt terug, mijn kant op, en ik geef hem zijn eigendom terug.
“Hier, die heb je laten vallen.”
“Wat?”
“Deze is van jou…”
“Ja, die wou ik dus kwijt!”
Hij pakt het aan en steekt het in zijn zak. Hij mokt.
Ik kijk hem verbaasd aan. Hij kijkt terug: “Ja, dat is zo’n ding voor tussen een boek, weet je, dat je weet waar je bent.”

Ik ben volkomen uit het lood geslagen. De woorden landen niet. Opeens moet ik lachen. Ik stap op de fiets en hoop dat hij de volgende keer als hij zijn troep op straat gooit weer zo’n aardige dame op leeftijd tegen komt die hem zijn verloren spullen terug brengt :-)

Ik glimlach de hele weg naar huis. Iedereen glimlacht terug. Lekker.

PostHeaderIcon 2-head

Voor de website van de Hunze schreef ik twee stukjes over Aignwies. Een voordat de 2-head begon en een erna. De tweehead is een wedstrijd voor 2-persoons boten. Het is op de Amstel en hij is 7,5 kilometer lang. Stroomopwaards, heb ik me laten vertellen.

Voor:

Historie: Vorig jaar roeiden ze als deel van NSNM in een C4. Dineke en Kim wilden meer en harder en verder. En vaker. Vorig jaar mei besloten zij als dubbeltwee verder te gaan. De vuurdoop was de IPR (de Pinksterwedstrijden in Delfzijl) in de Dubbel en Dwars. Dineke was de Dubbel, Kim de Dwars. In het verlengde van die gedachte is de ploegnaam ontstaan: Aignwies (Gronings voor eigenwijs). Aignwies in de Dubbel en Dwars. De sfeer was gezet :-)
De wedstrijd op de IPR ging zo goed dat ze besloten om door te gaan in de dubbeltwee. Ze hebben in september de Eemhead geroeid (6 kilometer in Amersfoort) en daar een tijd neergezet waarmee de 2-Head gestart kan worden.
Coaches zijn Karel Engbers en Stefan Wijnholds (de laatste omdat Aignwies nu ook samen met Quinten vaart).

Doelstelling: Aignwies wil graag een lekkere wedstrijd roeien. Ideale omstandigheden zijn leuk, maar als ze tempo 26 vasthouden en helemaal kapot over de finish komen kan waarschijnlijk het doel niet gemist worden: niet als laatste over de finish komen. Ze proberen om 33:45 te roeien, dat is 4:30 per kilometer. Als dat lukt, hebben ze goed geroeid, samen. Dan zijn ze tevreden.

Na:

Tijdens het oproeien hebben we haast. Te laat vertrokken. De stopjes doen we maar even alleen in ons hoofd. Ik roep achterom: Denk aan stopje 1. En elke keer na de uitpik: ’1′…’1′…’1′. Het hoogspoelen gaat mis omdat we in een bocht zitten wanneer we vanuit tempo 27 hoogspoelend kracht willen zetten. Het oproeien is zwaar en duurt lang. We komen vermoeid over de start.

We liggen 3 kwartier achter de startlijn. Het is koud. En nat. Dan mogen we. We gaan rustig weg. Het doel was om 4:30 te roeien. “Kim, je hebt geen haast” zeg ik tegen mezelf. Ik heb vanaf augustus tot twee weken geleden niet meer op slag gezeten. (Nu we met Quinten meetrainen voegen we ons naar hun opstelling). Ik vind het spannend en spreek mezelf moed in. “Hou tempo 26 aan, dan kunnen we nog trappen”. Als het hoger wordt, dan vergeten we te roeien.
We starten rustig en klimmen in bochten naar 30, zakken dan uit tot 27. We trappen een stevige medium plus. Dineke stuurt als een volleerd coureur. We hebben van tevoren het filmpje op de site bekeken. Nee, geanalyseerd en besproken zelfs. De voorbereiding was goed.
We laten een boot aan de binnenkant passeren. En blijven rustig. Dat gaat goed. Onder de Rozenoordbrug roept Dien: Tweeeneenhalvekilometer! Ik zeg: “Moetnog (puf) Ofalgedaan (puf)?” Ik huiver bij de gedachte dat we pas 2,5 hebben gedaan. Ik denk dat nog 5 er niet in zit. “Moetnog!” Ik denk: “wow! het gaat goed.” We trappen door. En door. En door.
De laatste paar honderd meter zijn killing. Ik probeer niet te gaan liggen in de boot, ‘Rugswing’ roep ik naar mezelf en blijf veren. Ik hoop dat we er zijn. Ik hoor iemand door een toeter roepen ‘Door!’ en hou terstond op met trappen. Ja, wat wil je, het doet zeer :-)
We hebben een goed gevoel. Karel is trots op ons. We zijn blij. Achteraf stelt de twaalfde plaats teleur, maar doet de scherpe tijd (4:12,26 per kilometer) ons zeer veel deugd. Volgend jaar weer. Ik heb er nu al zin in.

PostHeaderIcon Speling

Mijn hoofd is druk. Ik heb veel te doen en meer te onthouden. Hedzer en ik praten over de aankomende gameavonden, over de vergadering bij de Hunze, over hoe de week in elkaar zit. Ik heb moeite om me te concentreren. Ik ben net terug van de Head of the River.

Goed, een battleavond. Maandagavond en woensdagavond. En dan dinsdagavond naar de Hunze. Eerst roeien, dan vergaderen. Donderdagavond vrij, vrijdagavond roeien, dan de puddingfabriek.

Hedzer zegt: ‘We hebben alleen nog een reet, trouwens.’
Ik denk aan world of warcraft. Dat spelen we niet meer. ‘Een raid? Huh?’
Hedzer ‘Ja…’
Ik: ‘Een battle bedoel je?’
Hedzer: ‘Nee, een reet.’
Ik begrijp het niet. ‘Wat is een raid?’
Hedzer: ‘Dat stuk van de kat dat nog binnen is.’

Ik lig slap van de lach. Mijn wereld valt om. Ik wordt van de ene realiteit in de andere geworpen. Ik ben zo van mijn apropos dat ik niet meer kan ophouden met lachen. Hedzer vindt het niet zo grappig, waardoor ik nog meer uit balans raak. Ik heb buikpijn. Ik kom los uit de hektiek van het roeien en regelen, ik voel me vrij.

Ik kijk om en inderdaad ligt daar de kat in het kattenluikje met zijn kont nog binnen en zijn kop al buiten. Zijn staart zwiept vervaarlijk heen en weer. ‘Er wordt niet om mij gelachen’ zegt dat.

PostHeaderIcon Heineken en Head

Na onze 5e plaats op de Heineken gingen we vol goede moed naar de Head. Ik was niet zenuwachtig. Geen idee waarom. Ik ben normaal gesproken niet zo relaxt :-)

De head staat voor Head of the River Amstel. Die naam is een beetje gejat van de Head in Groot Brittanië, volgens mij. Daar wordt de Head of the River geroeid tussen de grote studentenroeiverenigingen Oxford en Cambridge. ‘Onze’ Head is in Amsterdam. De officiële naam is ‘Kampioenschap van de Amstel’ (wikipedia) en er doen duizenden mensen aan mee. Wij dus ook.

Vorig jaar stonden we op de brug te kijken naar Força die onder ons door roeide, en ik zei tegen Dien: ‘Volgend jaar doen we ook mee!’ Iedereen natuurlijk lachen. We wisten net wat bakboord en stuurboord was. Nou, ik had op een boot gewoond, dus ik wist het stiekem al. Maar ik dacht toen nog dat slippen ‘slibben’ was. We waren toen net een half jaar lid van de Hunze. Wat waren we trots op ons Wherry-1 certificaat. Ik ben dat trouwens nog steeds. We kregen toen les van een van de meiden van Força. Ik was maar twee jaar verwijderd van de WH40+ (de wherry cursus voor 40-plussers). Gelukkig belandde ik in een groep met Dineke. We hebben elkaar gevonden op roeigebied, en kunnen daarnaast ook nog twee weekeinden achter elkaar samen op een hotelkamer overnachten. Wat wil je nog meer!

Ik wou de Head er ook nog bij, vorig jaar. Dit jaar zijn we hem gestart! Er waren 26 deelnemers. De eerste plaats was natuurlijk al vergeven aan Força. De plekken tussen de 2 en 10 waren open voor ons. De plekken van 10 tot 26 waren voor de anderen. Hahaha. En eigenlijk wilde ik graag op de 5e plaats eindigen. Dat laatste is niet gelukt. De 10e plaats hebben we wel gehaald.

Wat een hoop boten, wat een afstand, wat een energie kost dat, wat een waardeloze aanvaring hadden we, wat een geweldig weer, en wat een prestatie. Over twee weken doen we hem nog een keer, maar dan de andere kant op. Van Oudekerk naar de stad. En in een tweepersoonsboot. Alleen Dineke en ik.

Kijken of we weer bij de bovenste tien kunnen eindigen.

PostHeaderIcon Licht

Wie wordt er om kwart over zes op zaterdag wakker? Ik niet. Normaal gesproken. Maar ja…. de Heineken. Vandaag gaan we ervoor. Het hele weekeinde. Gisteravond zijn we al in het hotel aangekomen. Om twintig voor acht lopen we hier weg. Dan leggen we ons bootje in t water en gaan een uurtje inroeien. Dan een wedstrijd van 10 minuten. Dan 5 minuten rust. Dan nog een wedstrijd van 1 minuut.

Anyway, we liggen nog in bed (Dien is net opgestaan om te gaan douchen) op de 15e verdieping van het hotel. We zien de Amstel. Daar roeien we zometeen overheen. Het hotel is prachtig. Yvonne had ons bang gemaakt, maar daar is geen reden voor. Wel hebben ze hier heel rare lampen, en dan een in het bijzonder.

Als je in de buurt komt, gaat hij aan. Het is een staande lamp. Ik weet dat er lampen zijn die aan gaan als je zachtjes op de voet drukt, dus in onze onderzoekende fase hebben we dat geprobeerd. Eerst ik. Geen response. Toen Dineke in de buurt kwam, ging hij weer aan. Dus ik er ook bij staan, kijken of hij dan weer uit ging. Nee, dat niet. Dien stapt opzij. Niks. Lamp blijft aan. Ik stap opzij. Lamp blijft aan. Nou ja, zal wel.

We maken ons klaar om naar bed te gaan. Dien rommelt wat in haar tas en de lamp gaat weer aan. Logisch, ze komt in de buurt van de lamp. En dan heeft ze een helder moment: ze tilt haar tas op. Eronder zien we een drukknop. Alweer liggen we in een deuk. We lijken wel pubers. Alles is grappig.